Notification: Please enable JavaScript and reload this page. Malts requires all users to enter their date of birth and country for verification of legal drinking age.
facebook-square pinterest-square twitter-square YouTube angle-down angle-left angle-right angle-up body caret-down caret-left caret-right caret-up casks character cross distillation Distillers-Edition Drops-of-Wisdom-close Drops-of-Wisdom-info Drops-of-Wisdom-orientation-arrow fermentation finish highlands islands left-arrow lowlands magnifying mashing minus nose palate Playhead plus process qq quote right-arrow scotland-outline scotland-shape Special-Release speyside star-half-empty star-half star-o star wechat weibo type-of-malt minus2 plus2

Moeilijke Tijden

Het leven was moeilijk in Lagavulin, zelfs voordat er enige distillatie plaatsvond.

De barley bogle. Dit klinkt toch als een vreemd figuur dat centraal staat tijdens een oud ritueel in een ver verleden, of niet soms? In werkelijkheid was een barley bogle helemaal niet zo vreemd. Het was onderdeel van een ritueel, welke alles te maken had met hoe we ons voorbereidden om malt whisky te maken in Lagavulin. En dit ging gepaard met veel harde arbeid.

Om het verhaal van de barley bogle optimaal te kunnen waarderen, kijken we eerst naar wat er vandaag gebeurt. In 2016 arriveert gemoute gerst in Lagavulin. Deze is gelijk klaar gemaald te worden, vers van de nabijgelegen mouterijen in Port Ellen. Zodra de gerst gemalen is in de traditionele machine, kan het stampen en destilleren beginnen. De olie, die per tanker arriveert, wordt verbrandt om stoom te genereren om de distilleertoestellen te verwarmen. Dit klinkt eenvoudig genoeg tot nu toe.

Maar tijdens de eerste honderdvijftig jaar van de distilleerderij ging dit niet zo eenvoudig. Er was veel hard werk nodig om whisky te maken, zelfs tot in de vroege jaren zestig. Donnie Mackinnon, die in 1960 zijn loopbaan begon als maltman bij Lagavulin, herinnert zich dat zijn eerste baan "gewoon uit verschillende taken bestond, zoals de vloer aanvegen" en dat hij "werkte op gerstboten en kolenschepen en zo." Hij laat het bedrieglijk ontspannen klinken, maar in werkelijkheid zal zijn inwijding allesbehalve ontspannend zijn geweest. Eerst waren er de kolen. In 1960 hadden destilleerderijen nog steeds stills die rechtstreeks werden verwarmd door kolenvuren onder hen, en Lagavulin was daarop geen uitzondering. De kolen kwamen rechtstreeks uit de mijn per schip, gemarkeerd als 'grote steenkool'. Deze werden vervolgens met vrachtwagens naar de distilleerderijen gereden. Eenmaal daar, moest het worden opgesplitst in 'kleine steenkool' voordat het in de ovens kon worden geladen. Dit was zeer zwaar werk.

Het binnenbrengen van gerst was niet veel makkelijker. Toentertijd hadden destilleerderijen toen eigen mouterijen waarin ze hun gerst moutten, en Lagavulin was geen uitzondering. Rijpe gerst arriveerde in zakken van ongeveer 100 kilogram (2 cwt) over zee, meestal bij Port Ellen. Dit omdat er geen gerst op het eiland Islay groeide. De volgende taak was het overzetten van deze zware zakken op het wegtransport - en zo werden ze naar de distilleerderij gebracht. Toen de gerst eenmaal was gearriveerd, moesten de mannen elke zak legen in een verzamelbak. Vanuit hier werd de gerst met een lift naar een zolder bracht op de bovenste verdieping, waar een transportband stond die over het hele gebouw liep. Bij het bereiken van de bovenkant viel het op de band, die het meenam en het liet vallen in de barley bogle (in feite een houten verzamelbak op wielen met een geweldige naam, die in de gehele lengte van het gebouw op rails liep). Zodra deze bak vol was, rolde een man deze mee om de gerst op de gewenste plaats op de vloer te legen. Vanaf dit hok zou de gerst, wanneer de tijd aanbrak, op een transportband geschept worden in grote kuipjes, 'steeps' genaamd, aan het einde van het gebouw. Hier werd het ondergedompeld in water, voorafgaand aan ontkieming. Zodra het klaar was, positioneerden mannen een grote kruiwagen onder de steeps, waar gerst uit zou komen. Ze dumpten het op moutvloer, tot de steeps leeg waren. Vervolgens schepten ze het op de grond, en begonnen ze het te keren. Voormalig manager Grant Carmichael herinnert zich zijn eerste baan bij Lagavulin: "in de moutschuren leerde ik hoe mout gekeerd kan worden met houten schoppen, en ik kan me herinneren dat de hoofdmoutman tegen me zei:' Ben je rechtshandig of linkshandig?'" Ik vertelde hem dat ik rechtshandig was, waarop hij zei: ‘Nou, dan begin je linkshandig’.” In die tijd liepen mannen één slag en draaiden de gerst om met hun rechterhand, waarna ze de andere kant op werkten met hun linkerhand - om vloer gelijk te maken. Als alles op dezelfde manier werd gedraaid, zou al het gewicht naar één kant zijn gegaan. Een moutman moest dus leren om beide handen te gebruiken. Als je rechtshandig was, begon je linkshandig. Dit was duidelijk niet de gemakkelijkste introductie. En toen de gerst eenmaal was gekeerd (om de snelheid en de gelijkmatigheid van kieming te regelen) en gekiemd was, werd het tijd om het weer te verplaatsen. Hoe wist men wanneer? Dit werd bepaald op zicht, temperatuur en tijd - wanneer een getrainde man volledig op de hoogte was van deze drie factoren, wist hij wanneer de gerst klaar was om de oven in te gaan. Er volgde vervolgens meer harde arbeid, wat in veel foto's van toen te zien is. Drie of vier mannen duwden samen met een lange schop de gerst op een enorme hoop, onder aanwijzingen van hun Chef. Vanuit hier schoven ze het op een transportband. Vanuit hier viel het in een lift die het naar de oven bracht. Deze werd verwarmd door turfvuren beneden. In de hete, opwaartse stroming van de turfrook schoot de gerst omhoog terwijl het rookte. Vervolgens viel het door een stortgat in een doos met twee handvatten erop, elk vastgehouden door een man. Toen het vol was moesten ze snel naar de hoek rennen, die nogal ver weg was, om hem vervolges te laten vallen. Ze moesten terugkeren om meer te verzamelen. Eindelijk was het klaar om gemaald en gestampt te worden - en om in alcohol te veranderen en te distilleren.